Dr. Jekyll en Mr. Hyde.
In het algemeen heeft mijn Rover 2200 TC gedurende zes jaar een zeer heilzame
werking gehad op mijn rijstijl, vooral ook omdat ik vroeger vele jaren bij een
koeriersdienst doorgebracht heb. De zeer rustige wegligging, de forse, maar
zich geleidelijk ontwikkelende trekkracht bij indrukken van het gaspedaal, de
comfortabele zitting, allen dragen zij bij tot een zeer ontspannen rijstijl.
Dit betekent wat in mijn geval, want ik woon in Eindhoven. Wie wel eens in Eindhoven
geweest is weet dat het begrip 'Red Light District' in de nauwe betekenis van
het woord weliswaar slaat op een zekere wijk, niet heel ver van de voormalige
vestiging van Philips Nederland (waarom zijn ze dan toch naar Amsterdam Zuid-Oost
vertrokken?), maar in wat ruimere zin op de gehele stad van toepassing is. Een
verkeerslicht in Eindhoven is rood of wordt dit bij al te dichte nadering ervan.
Vandaag begaf ik mij huiswaarts van Veldhoven naar Eindhoven. Veldhoven en Eindhoven
vormen één verstedelijkt gebied, slechts van elkaar onderscheiden
door naamplaatsbordjes op de grens van beider gemeenten. De weg die je van Veldhoven
Eindhoven binnenleidt is een van die mooie, vierbaanswegen die in de jaren zeventig
zijn aangelegd om een vlotte doorstroming van het verkeer te bewerkstelligen,
om vervolgens in de jaren tachtig geheel met rode stoplichten dichtgelobbyed
te worden.
Nadat ik de poort van een te Veldhoven gevestigd bedrijf uitreed bracht ik eerst
vijftien minuten door in een file voor het stoplicht dat naar de randweg leidde.
Dit kon ik hebben. Ik ben een zeer geroutineerd filerijder en wind mij daar
zelden over op. Daarna echter kwam ik terecht op voornoemde vierbaansweg achter
een verzameling voertuigen wiens bestuurders niet anders dan in licht comateuze
toestand konden verkeren. Dit althans leek mij de enige zinnige verklaring voor
het feit dat zij op zowel de linker- als rechterbaan precies 47 kilometer per
uur bleven rijden, erin resulterend dat werkelijk elk stoplicht vlak voor onze
neus op rood sprong. Aangezien ik de voorgaande vijftien minuten doorgebracht
had in de verwachting op dit stuk weg nu eindelijk eens door te kunnen rijden
werd dit me net teveel.
Eerst probeerde ik rechts voorbij een Volkswagen Passat te komen. Dit lukte
nét niet. De bestuurder ervan keek me met een meewarige blik aan die
bedoelde te zeggen: "Zie je wel, het maakt niks uit, we komen toch weer
voor het rood te staan." Ja, inderdaad! Met mensen met het levenstempo
en reactievermogen van een zwaar aan slaapmiddelen verslaafde slak achter het
stuur wel ja! Het was maar goed dat het slecht weer was, want dan heb ik mijn
ramen dicht. Ooit, in mijn koerierstijd, zag ik namelijk eens iemand aan de
overkant van de straat verbaasd mijn kant uitkijken na een vergelijkbare uitbarsting,
waarbij ik vergeten was dat mijn raam open stond (het was net lente geworden
en ik was daar nog niet aan gewend). Vervolgens probeerde ik op de rotonde via
een omtrekkende beweging over rechts alsnog langszij te komen maar men hield
de gelederen gesloten. Briesend van woede reed ik noodgedwongen rechtdoor, om
even later een woonwijk in te schieten teneinde toch nog in de goede richting
te komen.
Verkeersdrempels.
Nu was ik weliswaar erg kwaad maar zo'n roestvaste uitlaat is ook erg duur.
Dus enige behoedzaamheid was geboden. Dit compromis werd gesloten door na elke
drempel plankgas te geven en vervolgens voor de volgende drempel weer te remmen.
Dat gaat toch nog best hard in de tweede versnelling, met die P6. De brandstofmeter
bewoog bijna zichtbaar naar links.
Ik zat weer op de rondweg.
Bijna thuis bleken mijn elementaire remmingen toch wel degelijk nog intact,
want toen een jonge vrouw met haar baby in de maxi-cosi overstak zonder mij
gezien te hebben transformeerde ik abrupt weer in de vriendelijke gentleman
die een Rover behoort te besturen en gebaarde galant dat zij over mocht steken.
 
Teksten