De fiets van mijn vader
Circa twaalf jaar geleden ben ik op de fiets van mijn vader gaan rijden nadat
mijn eigen fiets gestolen was. Dit was de eerste en enige fiets die van mij
gestolen werd. Een metallic donkerrode BSA. Ook deze fiets had ik aan mijn vader
te danken.
Ik was dertien jaar en als jongste zoon de laatste die hem nog met enige regelmaat
vergezelde naar de kerk. Mijn broer ging reeds ten gevolge van zijn niets-ontziende
ratio waarin geen plaats was voor een God, die ook mij later zou overtuigen,
niet meer naar de kerk. Ooit sprak mijn vader hem daarop aan. "Als ik ga,
ga ik alleen omdat jij het wil" zei mijn broer. Het pleitte voor mijn vader
dat mijn, in het algemeen toch weinig assertieve, broer dit tegen mijn in aanleg
behoorlijk driftige vader durfde te zeggen. Wij wisten namelijk dat hij ons
ondanks zijn temperament nooit kwaad zou doen. Mijn broer had die rationaliteit
van mijn vader en deze trok dan ook de onvermijdelijke conclusie: "Voor
mij hoef je niet te gaan". Mijn moeder was zich in de loop der jaren steeds
meer bewust geworden van de dwingende rol die de katholieke kerk vooral in haar
jeugd gespeeld had en de afkeer daarvan was inmiddels zo groot geworden dat
ook zij niet meer naar de kerk ging.
Maar ik ging dus nog wel. Gedeeltelijk omdat ik nog in God geloofde maar ook
wel omdat ik het wat sneu vond voor mijn vader dat hij nu helemaal alleen naar
de kerk moest gaan.
Op de terugweg van de kerk kwamen wij langs een fietswinkel. De eigenaar daarvan
was een bijzonder knorrige, oude man waarvan je behoorlijk op je donder kreeg
als je met een defect aan je fiets aan kwam zetten dat zijns inziens te vermijden
was geweest. Mijn broer was dan ook als de dood voor hem, want hij had om de
haverklap defecten aan zijn fiets die naar alle waarschijnlijkheid te vermijden
waren geweest maar waarvan hij niettemin geen flauw idee had hoe ze ontstaan
waren en waarvoor hij zich dan ineens wel moest verantwoorden.
Binnen niet al te lange tijd besloot mijn broer dan ook zijn fiets bij de nogal
wat minder problematische concurrent, twintig meter verderop, te brengen. Alhoewel
ik zijn beslissing alleszins kon billijken bleef ik bij de oude knorrepot, wiens
liefde voor fietsen ik wel kon waarderen. Het was in zijn winkel dat ik de metallic
donkerrode BSA had zien staan. "Als ik eens aan een nieuwe fiets toe ben,
wil ik er zo een" zei ik tegen mijn vader, als we van de kerk terugkwamen.
Ik was, net zoals mijn vader, erg precies op mijn spullen en zeker op mijn fiets.
Gedeeltelijk was ik dat juist omdat ik wist dat mijn vader ooit erg precies
op zijn fiets was. Ik was erg trots op mijn vader en had het idee dat zijn manier
van leven uiteindelijk tot een bevredigend bestaan moest leiden, zoals het dat
in zijn geval ook gedaan had.
Toen ik veertien was stond de fiets in de keuken, met het Sinterklaasfeest van
1977. De metallic donkerrode BSA met drie versnellingen. Met metalen kettingkast,
zo kenmerkend voor Engelse fietsen destijds. De Nederlandse hadden meestal kettingkasten
van een soort gelakt doek waar uiteindelijk scheuren in kwamen (later moest
ik eens cursus geven bij een bedrijf in Friesland die het patent daarop hadden,
waar ik leerde dat dat soort kettingkasten typisch Nederlands waren).
Mijn hele middelbare schooltijd deed hij dienst en ik zorgde ervoor dat hij
er mooi uit bleef zien. Ook mijn gehele tijd op de Technische Hogeschool (later
Technische Universiteit geheten) te Eindhoven bleef hij mij trouw. Ik ging niet
veel uit in die tijd, maar dat is een ander verhaal, dus veel risico op diefstal
liep hij niet.
Pas begin jaren negentig, toen ik al werkte maar nog in een studentenhuis woonde,
werd hij gestolen toen ik eens vergeten was hem in de berging en op slot te
zetten. Ik heb nog geprobeerd hem terug te vinden. Ik kende het framenummer
uit het hoofd (NB 7024500) dus ik zou hem moeiteloos in een fietsenstalling
hebben kunnen identificeren, ook al vanwege de bagagedrager (die ooit doorgeroest
was geraakt en vervangen en dientengevolge een andere kleur had). Ik ben nog
regelmatig naar de algemene berging van de politie gegaan om te kijken of ik
hem daar kon vinden, echter zonder resultaat.
Mijn moeder besloot nu dat ik dan maar de fiets van mijn vader moest overnemen.
Mijn vader zat weliswaar al jaren op een jaarkilometrage van 0,5 maar moest
toch even slikken bij deze stap.
Ik kon mij dat voorstellen.
Mijn vader had deze fiets rond 1960 gekocht. Het was een Humber. Naast Raleigh
(waarvan mijn BSA weer een wat goedkoper nevenmerk was) en Gazelle was dit een
van de duurdere fietsenmerken uit die tijd. In 1960 was mijn vader zojuist Kapitein
der Koninklijke Landmacht geworden en die fiets kon er blijkbaar eindelijk eens
vanaf. Hij was vijfendertig toen. Toen ik vijfendertig was kocht ik een klassieke
Rover. Ik was mij er terdege van bewust dat mijn vader hetzelfde gevoel moet
hebben gehad bij zijn nieuwe, mooie, sportieve (aluminium velgen!) Humber als
ik bij mijn Rover.
En hij had het meer verdiend dan ik. Dat vind ik in het algemeen van mensen
van die generatie. Tegenwoordig verdient elke idioot met een vlotte babbel een
vermogen. Toen nog niet, toen moesten intelligente, integere, hardwerkende mensen
als mijn vader het doen met een nieuwe fiets, een flatje en geen TV.
Deze fiets was niet de eerste nieuwe fiets die hij gekocht had in zijn leven.
Ooit, als zestienjarige jongen in 1941, had hij na lang sparen een Nieuwe Fiets
gekocht.
Aangezien hij destijds in een portiekwoning te Den Haag woonde kon de fiets
niet in de woning gestald worden. Dit gebeurde daarom bij de fietsenhandelaar
die hem de fiets verkocht had en tevens een stalling beheerde. Twee weken later
was de fiets gestolen. De eerstvolgende nieuwe fiets die mijn vader ooit kocht
was dus die Humber, vijftien jaar later. Ik weet niet of het de bittere teleurstelling
van die diefstal of eenvoudigweg geldgebrek is geweest die hem pas vijftien
jaar later een andere nieuwe fiets deed kopen.
Nog later kwam mijn vader bij toeval weer eens in de fietsenhandel waar hij
ooit die eerste fiets gekocht had. Inmiddels stond de zoon van de eerdere eigenaar
in de zaak. "ik moet je iets vertellen", zei de zoon. "Mijn vader
heeft toen zelf jouw fiets gestolen en opnieuw verkocht". Blijkbaar was
de zoon van een onkreukbaarder garen geweven dan zijn vader, die dan ook NSB-er
geweest was.
Ach, die trouwe Humber. Als mijn vader erop aan kwam fietsen met zijn officierspet
op en in zijn militaire regenjas en ik was aan het spelen op de plaats achter
de parkeergarages onder de flats waar wij midden jaren zestig woonden, dan mocht
ik plaatsnemen op het kinderstoeltje voorop en aan de handremmen trekken als
we bij onze garagedeur aangekomen waren. En als mijn vader dat vergat moest
hij weer terugrijden, terug het hellende opritje op en er weer af zodat ik alsnog
aan de remmen kon trekken.
Dat is de fiets waar ik nog steeds op rij. Het is nog steeds een goede fiets,
alleen beginnen er steeds meer spaken van het achterwiel kapot te gaan. Ik heb
ze al eens laten vervangen maar dat hielp uiteindelijk niet, ze bleven breken.
Ik zal het achterwiel eens moeten vervangen maar ik wil dat hij er zo origineel
mogelijk uit blijft zien. Het moet de fiets blijven waar mijn vader op reed,
waar mijn broer achterop zat, angstig tegen mijn vader geklemd met zijn wang
tegen zijn jas, de fiets waarop ik aan de handremmen getrokken heb. Helemaal
origineel is hij allang niet meer, er zijn al onderdelen aan vervangen, het
stuur, het zadel, de remmen, maar toch. Ik heb nog het oude achterlichtje gezocht,
dat ooit door mijn vader vervangen werd door zo'n modern, lelijk vierkant ding,
maar dat bleek inmiddels weggegooid.
Toen mijn vader nog leefde informeerde hij om de paar weken enigszins bezorgd
naar de staat van zijn fiets. "Die staat er zeker verlopen bij", suggereerde
hij. Maar dat was niet zo, ik heb hem altijd onderhouden.
Als deze maar niet gestolen wordt, als deze maar niet eindigt zoals al die andere
verweesde, voorgoed verloren fietsen die ik dagelijks zie bij de fietsenstallingen
van het station. Niet eens gestolen, maar vernield uit woede en frustratie omdat
ze zich niet lieten stelen door een specimen uit onze wegwerpmaatschappij.