Onbestemde eerste alinea's
Net zoals het voorgerecht van een menu is het begin van een boek vaak interessanter
dan het vervolg. Vandaar dat ik me bij onderstaande fragmenten beperkt heb tot
het mogelijke begin van een verhaal:
***
De man in de regenjas met opstaande kraag staat aan de reling van de veerboot die over een kwartier zal aanleggen in Dover. De schemering valt reeds. Een koude wind blaast regen in zijn gezicht maar hij gaat niet naar binnen. Hij wil de krijtrotsen nog eenmaal zien naderen zonder gehinderd te worden door vuile ramen of andere passagiers.
***
De oude vrouw zit voor het raam en kijkt naar de daken van de huizen aan de overkant van de straat. Juist boven de daken zijn de voorbij jagende wolken te zien, uit welke al de hele dag hevige regenbuien vallen. Regenbuien zoals ze ze al zo vaak heeft zien vallen, van achter haar raam. Wachtend tot ze overwaaiden, zodat ze misschien naar buiten kon. Maar steeds kwamen er weer nieuwe buien zodat ze altijd is blijven wachten.
***
Het landhuis lag zeker vijftig meter van het verroeste, smeedijzeren hek af.
Oude eiken stonden aan de rand van een vijver, waarvan de oevers al lang niet
meer onderhouden leken te zijn. Gras groeide tussen de kiezelstenen van het
pad naar het huis.
Toch zat er een tamelijk nieuw slot in het toegangshek. Een gordijn op de eerste
verdieping bewoog even. Het huis was niet verlaten.
***
De lucht trilde van de hitte boven de weilanden waar hij langs fietste. Het
was de eerste zomerse dag van het jaar en het had zonde geleken binnen te blijven
zitten. Het was op het heetst van de dag en zelfs de vogels maakten nauwelijks
geluid.
Hij naderde een kleine boerderij die waarschijnlijk nog slechts als buitenhuis
functioneerde. Vrolijke stemmen klonken uit de tuin, waarin was hing te drogen
aan lijnen die tussen enkele bloesemende bomen gespannen waren. Hij ving een
glimp op van een jonge vrouw die lachend met een klein meisje aan haar hand
naar binnen liep.
Hij fietste verder en het werd weer stil.
***
De man legde de pen neer, schoof de bril op zijn voorhoofd en wreef met zijn
hand door zijn ogen. Zijn kamer werd slechts verlicht door een ouderwetse bureaulamp
met een groene kap en een messing voet. Half een 's-nachts.
Hij opende de deur naar de gang, deed de bureaulamp uit en begaf zich naar zijn
slaapkamer.
***